Heinose woorden
(in ieder geval: woorden uit deze streek)

Net als ieder ander dorp of streek kent Heino een aantal woorden/uitspraken die redelijke kenmerkend zijn voor deze buurt. Natuurlijk: een aantal komt ook voor in Raalte of Luttenberg of .... vul maar in. In ieder geval heb ik ze óók gehoord in het taalgebruik in, of rond, Heino, of ik gebruik de woorden zelf.

Geboeid door Heino's dialect? Zie ook de informatie onder aan deze pagina .

aait vedan
altijd doorgaan
Ie möt gewoon begin'n en dan aait vedan goan; je moet gewoon beginnen en dan altijd doorgaan
bromme krieg'n
een standje krijgen, gecorrigeerd worden
Ai det doet, kriej vaste bromme; als je dát doet, krijg te vast een standje
brommerig
mopperig, ontevreden
wat bi'j toch brommerig; wat ben je toch mopperig

fiesterd

(ook fiesterig)

nét niet koud, maar ook niet warm genoeg
Hij is een koale fiesterd: hij heeft het al koud als anderen het nog niet koud hebben. Vaak ook: stel je niet aan..., zó koud is het niet.
Het is fiesterig; ik heb het koud.
goed wies kapot
niet verstandig, tikkeltje gek

Hij hef de goed wies kapot.... Het is niet verstandig wat ie doet, hijis niet hoed bij zijn hoofd

kats
Helemaal. Volledig
Ik bin kats blut. Ik heb helemaal geen geld meer.
kladde; kladdegie
kladde: onbepaalde hoeveelheid van een massa
kladdegie: een beperkte hoeveelheid
Het was best een hele kladde (het was best veel). Of: doe mar een kladdegie; doe nog maar een beetje
iemand deur ut knökkebos hen haal'n
Iemand aanpakken, op zijn donder geven, lees: straf geven
As ie noe niet gauw de stoepe veegt, dan zo'k oe deur ut knökkebos hen hoal'n: als je niet snel de stoep veegt, dan zal ik je straffen.
krang
een kledingstuk binnenste buiten
Kiek'm noe is: Hej hef zien bloeze krang an. Kijk hem nou, heeft zijn blouse binnenste buiten.
kreuze
klokhuis van een appel Hej et de appel met kreuze en al op: hij eet de appel met klokhuis en al op.
kuul'n
een voorwerp (bv een knikker) over de grond rollen
Kuul 'm mar noar mie toe. Rol het maar over de grond naar me toe
kukel'n
vallen
Hij is van de fietse of e'kukeld; hij is van de fiets gevallen
nösterig
slecht gehumeurd. prikkelbaar
Wat hij toch hef, hij is zo nösterig.. Hij is slecht te pas.
neuölen
zeuren; onzinnige dingen zeggen
Hij was we-e an het neuölen; hij zeurde, zei allemaal onzinnige dingen.
sloerig
Niet lekker, tikkeltje ziekig, zonder echt ziek te zijn
Ik vüüle mie wat sloerig in de botten . Ik voel me niet lekker.
steurig
gestaag
Het rèèngt steurig vedan; het regent gestaag door
van trabat
van slag af.., in de war..
Hij is helemoal van trabat; hij is helemaal in de war
     

Belangstelling voor Heino's dialect?
De vereniging voor heemkunde Omheining beschikt over veel meer informatie, en zelfs een cursus ''Op zien Heinoos'. Voor meer informatie over Dialectwerkgroep verwijs ik graag naar de site van de heemkundevereniging
Naar site Omheining

Deze pagina is bijwerkt op: 02.08.2009